“Het lijkt wel de pier bij IJmuiden op een winderige dag” roept Niels als we met 2 knopen stroom mee de pas van Amanu in vliegen “Allemaal bangmakerij, die mensen hier zijn niks gewend”. Na een snelle tocht ankeren we precies 3 maanden na onze aankomst in Gambier in Amanu, ons eerste atol van de Tuamotu archipelago. 

Waar we in Gambier van alle landschappen voorzien werden, biedt deze archipelago ons palmbomen, palmbomen en nog eens palmbomen op smalle koraalringen midden in de oceaan. De gehele archipelago bestaat uit meer dan 75 vulkanische eilandjes (motu’s) waarvan enkele maar een of meerdere passen hebben, een opening naar de oceaan. Doordat alle water in én uit deze relatief kleine opening gaat kan er veel stroming ontstaan in de passen iets waarvoor meerdere zeilers ons waarschuwen. Er circuleren zelfs excel bestanden om precies kentering te berekenen, de tijd waarop er de minste stroming staat. 

Als ook Queen B, Lucipara en Ribouldingue zonder problemen arriveren beginnen we ons af te vragen of wij “Europese zeilers” nou zo veel meer gewend of valt ’t allemaal wel mee in Amanu?  Met z’n allen trekken we er op uit om het dorpje met welgeteld 200 inwoners te verkennen. Denkend dat hier absoluut niks verbouwd kan worden behalve kokosnoten hebben we wat fruit meegenomen uit Gambier om uit te delen aan de lokale bevolking.

Onze giften worden lauwtjes ontvangen, zit hier nog coronavrees? Als we verder lopen zien we in de tuintjes papaja’s bananen en broodvruchten groeien, het blijkt hier toch vruchtbaarder dan gedacht. Later horen we dat Emeline en Francois wel 100 kilo aan fruit mee hadden uit Gambier voor het gehele dorp, we begrijpen plots waarom onze 3 citroenen een lachertje waren. 

De dagen vliegen voorbij, we snorkelen, speervissen en eten onze eerste poisson cru. Behalve voor het onderwaterleven lenen de Tuamotus zich ook perfect voor kitesurfen. De kleine koraalring houdt de golven buiten, maar zorgt niet voor vuile wind. Er wordt volop gekite terwijl de vrouwen zich op nieuwe taartrecepten storten.

Op een ochtend wordt een aangeklopt door Seajay een klein briefje wordt afgeleverd “You are cordially invited to the birthday of Frederick Arthur Walters III. We vieren Fred zijn 63e verjaardag natuurlijk met een tart au citron et merengue als verjaardagstaart. Na 9 dagen zijn er nog 2 boten in het atol en besluiten ook wij anker op te gaan.  

Makemo, Raroia, of toch maar Tahanea? De windrichting verandert met het uur, en zo ook onze bestemming. We nemen het zekere voor het onzekere en kiezen voor Tahanea. In het ochtendgloren zien we de palmbomen opdoemen rondom de wijde pas. Tahanea heeft geen bewoners maar wel een hoop bekende en onbekende zeilers. 

We ankeren net naast de pas, terwijl wij bijkomen van de tocht druppelen er steeds meer boten binnen. Als we ons ontbijt goed en wel achter de kiezen hebben worden we opgehaald voor een snorkelexcursie door McRib met chauffeur Fred. Deze keer worden we beloond met mantaroggen én een hele groep grijze rifhaaien.

Helaas zijn de rustige dagen op een hand te tellen en verplaatst de hele vloot naar de andere kant van het atol om te schuilen voor de Mara’amu (een stevige zuidoosten wind). Snorkelen wordt ingeruild voor kitesurfen en barbecues op het strand. Ook biedt deze wind de perfecte gelegenheid om boten te bezichtigen te plannen. Niels kwijlt weg bij WOW een supersnelle catamaran en ook de Amels worden aan het repertoire toegevoegd.

Na de 2e Mara’amu ruilen wij Tahanea in voor Fakarava, met de afmetingen van 60 bij 21 km² groter dan het IJsselmeer. We wanen ons in een zeilhemel, blauwe lucht, windkracht 3-4, vlak water. Wie heeft er ooit bedacht om te zeilen op de oceaan als je ook in een lagune kan zeilen!?

Die avond wanen we nogmaals in een paradijs, we eten verse groenten én hebben weer internet. We waren nog nooit zo blij met sla en tomaten. Volledig opgeladen zeilen we terug naar Hirifa. Niels kitesurft 2x per dagen voor bijna 2 weken en zelfs ik verzamel genoeg moed voor 2 minilesjes. Ook duiken we in beide passen, tussen een ontelbaar aantal haaien en vissen. 

Net voordat we willen vertrekken vaart er een superjacht Fakarava binnen, “Hey” roept Niels “Dat is Samaya, daar heb ik 2 jaar aan gewerkt!” Helaas mogen we niet aan boord komen omdat de eigenaren er zijn, maar toch een leuke verassing zo midden in de oceaan.

Na 3 weken zitten we echt aan onze palmbomentax, op naar groenere eilanden (ok ok, en de Carrefour)


5 reacties

Tant Miejke · 9 september 2020 op 22:40

Blij weer iets te horen. Wat geweldigge foto’s genieten maar wat een belevenis. Liefs.

Marina en Nico · 10 september 2020 op 08:17

Hoi hoi, wie had dat gedacht dat je de hele wereld over zou varen Niels!
En dat met een vrouw die net zo maf is als jou, hoe heb je haar gevonden
We leven met jullie mee en horen zo af en toe van je ouders waar je nu weer bent en hoe eng het af en toe is voor ons thuisblijvers!
Hier gaan we alleen nog maar in Nederland op vakantie want in de landen om ons heen komt de Code rood veel voor! Ook hier, maar dat vind ik ook niet raar want ik was van de week in Maastricht en daar waren meer belgische en duitse auto’s Alleen omdat er bij ons geen mondkapjes gedragen hoeven te worden liep die stad vol met mensen op elkaar daar was de kalverstraat niets bij! Ik wens jullie nog een behouden vaart en Kom veilig en gezond terug ooit!!
Gr. Marina Timmerman

mariette · 10 september 2020 op 10:48

Wat een heerlijk leven. Leuk dat we weer mogen meegenieten. Is wel erg jammer dat jullie Samaya niet mocht bezoeken! Wat een toeval zeg! Fijne groeten!

Jan en Omi · 10 september 2020 op 13:25

Weer prachtige foto’s Niels en Linette en mooie verhalen! Ook frappant dat je het jacht zie waar je twee jaar aan gewerkt heb! Hier gaat alles redelijk en de komende dagen gaat het nog behoorlijk warm worden. Groeten en knuffels van ons!

Carin · 10 september 2020 op 15:58

Blauw en groen en wit…..jullie kunnen nooit meer wennen aan rood wit blauw…groet, carin/helle3

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *