Eind mei horen we plots dat we weer vrij mogen bewegen. Corona vervaagt naar de achtergrond en prioriteiten verschuiven. “Hadden we ’t grootzeil al gerepareerd en de verstaging gecheckt” vraag ik Niels. Zaken die eerst onder aan de lijst bungelden maar nu pijlsnel bovenaan staan. Gelukkig blijken de scheuren in het grootzeil maar scheurtjes te zijn en voldoet het om deze te tapen. Voor de volgende klus; de verstaging checken in de mast hadden we afgelopen 8 weken iedere dag wel een ander excuus, te warm, te veel wind, te veel golven, regen, geen zin noem maar op. Als Niels dan eindelijk in de mast zit hoor ik meteen “Shit, het stag is stuk”. Ik denk dat hij een grapje maakt maar als ik nogmaals kijk zie ik dat het bittere ernst is. Uiteindelijk blijken 5 van de 19 draadjes gebroken te zijn. 2 dagen voor onze aankomst in Gambier werden we plots overvallen door een hevige bui met 60 knopen wind, waarin we ook het enorm dikke nieuwe grootzeil scheurden. Logischerwijs is dit de boosdoener geweest die ook ons stag beschadigde. 

Ik sla mezelf voor mijn hoofd dat we dit niet eerder gecheckt hadden. Hadden we dit de dag na aankomst geweten hadden we probleemloos een nieuw stag uit Tahiti kunnen krijgen. Nu zal dat een tijd duren terwijl we nét weer verder kunnen. “Tsja, Austral eilanden dan maar overslaan” zegt Niels. De Austral eilanden staan er om bekend iets winderiger te zijn dan de rest. We besluiten een noodreparatie te maken aan het stag en via de veilige route in Tahiti een nieuw stag te laten maken.

Als Phil 2 dagen later hoort van ons probleem wijst hij Niels op een mast ergens in een achtertuin. Aangezien de aansluiting van het stag in de mast zo specifiek is ziet Niels er niet veel heil in maar gaat uit beleefdheid toch even kijken. Ze treffen een compleet overgroeide mast aan met, zo lijkt het, precies dezelfde aansluiting. Na een tweede inspectieronde met schuifmaat komt Niels jubelend terug “Als ik nu een lot zou kunnen kopen voor de loterij zou ik het doen, wat een geluk! Precies dezelfde maat én overlengte op het stag”. Aangezien de eigenaar een van origine Fransman is wordt ik gesommeerd mee te gaan ter onderhandeling. We nemen een fles wijn mee (een schaars en duur goed hier) en wat geld als ruilmiddel. Terwijl Niels het stag demonteert praat ik met Pierre. Hij vertelt me dat hij jaren geleden hier aan kwam met zijn boot. Hij is op het rif terechtgekomen en om de nodige reparaties uit te voeren moest zijn boot het water uit, een onmogelijk opgave in Gambier. Daarop besloot hij te blijven én zijn boot te laten zinken. De mast had hij er nog even af gehaald, wie weet komt dat nog van pas… Wat een visionair deze Pierre.
We danken hem hartelijk en voor het schamele bedrag van 2000 polynesische franken (ongeveer 20 dollar) zijn wij een nieuw stag rijker.

2 dagen na de ontdekking van de stagbreuk is de boot er weer klaar voor. Het nieuwe stag is iets zwakker dan het origineel, dit in combinatie met de weerberichten rondom Rapa (storm, storm en nog eens storm) laat ons toch besluiten richting de Tuamotus naar Tahiti te varen.

De laatste weken horen we steeds vaker het woord winter vallen. Toen we in maart aankwamen hoorden we dat het erg koud kon worden in de winter. “Winter!?” zeiden we tegen elkaar “wat een onzin, waarschijnlijk is het dan 25 graden ipv 30”. Geloof het of niet, maar we zitten er nu in juni midden in!  De zonnepanelen wekken minder stroom op en ja, het is een stuk frisser. We schamen ons een beetje, maar zelfs wij hebben het soms koud. 

Zeker als er een front over komt en we een hele week de zon niet zien zijn ook wij overtuigd, het is echt winter en tijd om te gaan!
Helaas komt er met het front te veel wind, we besluiten nog even op Gambier te blijven. Iedereen is in rep en roer en probeert de beste schuilplek te vinden. Samen met Ribouldingue, een Frans stel op een dito boot (aluminium met liftkiel) gaan we naar de noordelijke motus en ankeren we zo dicht mogelijk bij het eilandje zodat we geen last hebben van de golven.

Een betere besteding van onze laatste winterse week had er niet kunnen zijn. Dagelijks varen we tussen de regenbuien door naar Ribouldingue of vice versa. Niels en Francois genieten van de sterke aflandige wind en laten hun kites op.

Helaas voor mij geen oefening van mijn Frans, wonderlijk genoeg willen Emeline en Francois graag Engels leren. Gelukkig wordt er wel heerlijk Frans gekookt. We smullen van bretonse crêpes, tarte au citron et merengue en andere lekkernijen terwijl de wind blijft jagen door de verstaging. 

Op dag 3 worden we met onze neus op de feiten gedrukt dat het nog steeds keihard waait. In de nacht draaien beiden onze bijbootjes met motortje om. Gelukkig worden de motortjes weer opgelapt en kunnen we elkaar weer naar hartelust bezoeken.

Als de wind na een week gaat liggen en zich eindelijk een weervenster opent zijn we er helemaal klaar voor. 

Dag Gambier, het was ons een genoegen!


4 reacties

mariette · 1 augustus 2020 op 00:32

een goede reis verder, geluksvogeltjes 😉

Tato · 11 augustus 2020 op 23:11

Que la suerte los siga acompañando. Saludos!!!!!!!!!!

Koos · 19 augustus 2020 op 19:47

Leuk jullie weer gesproken te hebben Niels en Linet 🙂 Heerlijk om jullie blogs te lezen!

Jacques · 21 augustus 2020 op 20:21

Ik moet toegeven dat ik flink achter lag met jullie blog. Maar ik heb de achterstand van de laatste maanden nu helemaal ingehaald.
Geweldige verhalen! Leest als een fantastisch boek. Mooi geschreven, spannend, avontuurlijk, wonderbaarlijk, hartverwarmend, liefdevol en ook verdrietig.
Fijn dat jullie zo lang kunnen genieten op de Gambier eilanden. Benieuwd naar jullie volgende bestemming.
Groet, Jacques

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *