Paasch Eyland, “ontdekt” op paaszondag 1722 door Jacob Roggeveen. Het eiland van de mysterieuze moai. Als je een zeiler naar paaseiland vraagt hoor je plots héél iets anders. GEVAARLIJK, heel gevaarlijk. Hier kan je bijna nooit aan land komen. Maar wij wel, is de boodschap die iedere zeiler doorgeeft. Je begint je toch sterk af te vragen wie deze zeilersmythe in het leven geroepen heeft en wat er nou precies aan de hand is met dit mysterieuze eiland.

Als paaseiland aan de horizon verschijnt gaan meteen allerhande alarmen af. Wat blijkt, zo afgelegen is dit eiland niet. Naast ons ligt een enorm cruiseschip en twee andere zeilboten. Later die middag komen ook onze Duitse vrienden (Vera) aan in de baai.

Het ankeren in de baai voor het dorpje Hanga Roa heeft iets meer voeten in aarde dan normaal. We ankeren op 20m diepte en hebben daardoor onze ankerketting verlengd met touw tot ongeveer 85m.
Als we goed en wel geankerd zijn verschijnt Britse buurman Tim naast onze boot. “Jullie zijn toch wel ingeklaard hè” grapt hij “anders mag ik niet aan boord!” Tim vertelt ons hoe we met ons bijbootje de brekers moeten vermijden om aan te leggen in het kleine haventje. Die avond varen we achter hem aan voor een eerste indruk van Paaseiland ofwel Rapa Nui in de lokale taal.

“Wat een relaxed eiland” roept Niels. Als we richting de armada lopen, ja nu écht de aller aller laatste keer, zien we palmbomen, surfers en strandbarretjes. Op de terugweg lopen we nog even snel langs het Tapati festival. Tientallen kinderen dansen vanavond de traditionele Rapa Nui dans. Als onze ogen dicht vallen gaan we terug naar de boot, morgen meer!
Samen met Michael en Britta verkennen we het eiland en slaan we nieuwe vers- en dieselvoorraden in.

De ankerplek is onverwacht druk, het is een komen en gaan van zeilboten, cruiseschepen en tankers. Wanneer een 37m schitterend donkerblauw zeiljacht binnenvaart beginnen Michael en Niels te kwijlen. Het superjacht is het onderwerp van de dag.

Slenterend door Hanga Roa worden we plots aangesproken “Zijn jullie van die blauwe zeilboot” “Eh ja” antwoord ik. “Maar die kleine hoor!” Wat blijkt, Renier en Benitha een Zuid Afrikaanse producer en filmdirector zijn op zoek naar een lift om naar de “South Pacific garbage patch” te gaan. Ze maken een film over plastic en hopen beelden te schieten midden in deze plasticsoep.

Lachend vertellen we dat de eigenaar van het 37m superjacht waarschijnlijk niet geinteresseerd is in hun tripje. Ze nodigen ons uit bij hen thuis en we brainstormen verder over mogelijke ideeën. In hun huisje, “Hari Toki” treffen we ook Didier, een van de laatste overlevenden van de Cousteau Divers en gerenommeerd onderwatercinematograaf.
“Geloof me”, zegt hij “we moeten gewoon met jullie boot gaan!” We kijken elkaar aan, met 3 extra mensen én duikspullen 150 mijl uit de kust varen, het kan maar ideaal is het niet. We spelen met het idee, het is een tof project, we hebben de tijd én we zouden de boordkas zo een beetje kunnen spekken maar we zien niet hoe we dat allemaal passend krijgen.
Op de ankerplaats ligt ook een Oostenrijkse catamaran “Pakia Tea” Tom, Sonja en hun 8 jarige zoontje Keanu zijn marine biologen en doen af en toe duikcharters, dit lijkt de ideale match!

Voor dat we het weten eten we dagelijks bij Hari Toki en ontstaat er een hechte vriendschap. We krijgen nieuwe energie en lachen om de cynische opmerkingen van Fransman Didier. Hij blijft maar aandringen, “als je het mij vraagt; jullie zijn de boot! Echt, ik kan het weten ik heb levenservaring weet je”. Tijdens de bedrijven door vertelt Renier ons dat hij veel commercieel werk deed maar nu helemaal voor deze documentaire gaat. Hij laat ons de indrukwekkende reclames zien die hij geproduceerd heeft. Ook Didier schroomt niet om ons de meest bijzondere beelden van pinguïns, walvissen en haaien te laten zien.

We beginnen ons bijna thuis te voelen op Paaseiland, maar er is een ding dat maakt dat we hier niet tijden willen blijven. Bijna iedere nacht worden we niet in slaap gewiegd maar uit onze slaap gekatapulteerd. We slapen slecht op de ankerplek vanwege de enorme deining die binnenloopt. Zeker als de wind noordwest draait bokken alle boten als volleerd hobbelpaard heen en weer. We beginnen te begrijpen waarom het erg gevaarlijk kan zijn rondom het eiland en dat wanneer de wind verkeerd staat je écht naar aan andere ankerplek moet verhuizen.

Vera kijkt uit naar een volgend weervenster om te ontsnappen aan het gehobbel. Wij blijven nog éven liggen. Steve heeft de achtervolging ingezet en kan iedere dag aankomen. Dinsdag is het zo ver, Vera kiest het ruime sop en Steve komt een paar uur later aan.
Bij het zien van Solace springt Niels meteen in de bijboot. Steve heeft nogal wat problemen onderweg gehad; zijn automatische piloot doet het niet meer én ook de ankerlier werkt niet meer naar behoren. Steve valt Niels om de hals en is bij met zijn hulp bij het ankeren.
Daar hoort een welkomstbiertje bij toch!? Ook al is het 10u ’s ochtends. De volgende dagen praten we elkaar bij en laten we Steve het eiland zien.
We genieten wederom van zijn fantastische kookkunsten in ruil voor wat klushulp van Niels. Na 3 weken Paaseiland kijken we voorzichtig uit naar een nieuw weervenster.
De moai zijn intrigerend, maar wat we echt niet meer vergeten van Paaseiland zijn de bijzondere ontmoetingen met zowel oude als nieuwe vrienden.

Categorieën: Stille Zuidzee

2 reacties

Eveline · 15 april 2020 op 10:18

Wat weer mooie verhalen. Geniet er elke keer weer van. Veel succes met de verdere tocht. Groetjes Jan en Eveline

mariette · 17 juni 2020 op 21:40

al die ontmoetingen… wat leuk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *